Naar een praktische theorie over de vrede
"Niets is zo praktisch als een goede theorie."
Maar weinig is in de praktijk zo moeilijk als het ontwikkelen van een
goede theorie. In mijn opvatting belichaamt een goede theorie het
geheel van verworven inzichten over de precieze relatie tussen
oorzaken en gevolgen van verschijnselen. Die inzichten kunnen alleen
maar worden verworven door een systematische en langdurige
reflectie op praktijkervaringen. En praktijkervaringen kunnen worden
opgedaan in het kader van nauwgezet en mede daardoor dikwijls
moeizaam en kostbaar empirisch onderzoek naar de complexe
samenhangen van de verschijnselen waarover de theorie waardevolle
uitspraken wil kunnen doen. Empirisch onderzoek en de inzet van
creatieve intelligentie gaan zo hand in hand. Als door zo'n heuristische werkwijze de dynamiek van de bestaande werkelijkheid is blootgelegd, dus met inbegrip van de wijze waarop die werkelijkheid is ontstaan, dan is ook duidelijk hoe men moet handelen om de gewenste werkelijkheid te bereiken. Men weet hoe te handelen als er een goede theorie voorhanden is.
Wij willen vrede. Als wij een grondig inzicht zouden hebben verworven in het ontstaan en voortduren van vrede, en als we precies zouden weten hoe oorlogen ontstaan en voortduren, dan zouden wij ook precies weten wat we moeten doen om vrede te stichten en oorlogen te voorkomen.
Een algemeen aanvaarde theorie over oorlog en vrede is nog ver weg. Binnen verschillende empirische en normatieve wetenschappen wordt weliswaar al vele jaren aan 'vredesonderzoek' gedaan, maar die houden zich keurig aan de begrippen en methoden van hun eigen discipline. En dat is ook nodig om de vereiste diepgang te bereiken: de menselijke geest beschikt blijkbaar niet, althans onvoldoende, over het vermogen om diepgang te bereiken zonder de totale werkelijkheid op te splitsen in evenveel delen als er disciplines zijn. Op zijn best komt er als resultaat van veel vredesonderzoek een aantal vrij los van elkaar staande theoretische inzichten over hoe te handelen. Terwijl logischerwijs behoefte is aan samenhangende, liefst geïntegreerde inzichten omdat de werkelijkheid waarin men wil handelen samenhangend is. De 'echte' werkelijkheid trekt zich immers niets aan van de opsplitsing zoals die binnen de wetenschapsbeoefening is ontstaan.
We zullen het voorlopig moeten doen met vredeswetenschappen (meervoud), maar de Stichting VredesWetenschappen (SVW) wil meer: een beslissende stap in de richting van een geïntegreerde vredeswetenschap. SVW streeft daarom niet alleen naar (afzonderlijke) bijzondere leerstoelen met leer- en onderzoeksopdrachten op het gebied van vrede. Zij wil dat de leerstoelhouders interdisciplinair samenwerken in de hoop dat die leerstoelhouders op termijn samen in staat zullen zijn een omvattende en daardoor veel doeltreffender visie op vrede te ontwikkelen.
Interdisciplinair samenwerken veronderstelt dat er een gemeenschappelijk fundament is, waarop de diverse disciplines rusten. Wát dat fundament is, is een voorwetenschappelijke, primordiale en normatieve keuze.
"Zonder een visioen verwildert het volk." Om mensen bereid te vinden hun talenten van hoofd en hart met passie in te zetten voor de vrede is een ideaal, een visie nodig. Ik deel met zeer velen op deze aarde de overtuiging dat het visioen, het ideaal, zou moeten zijn de erkenning van de onaantastbare en onvervreemdbare menselijke waardigheid, die ten grondslag ligt aan het mensenrechtendiscours. De drijvende kracht achter het streven naar erkenning, bescherming en eerbiediging van de mensenrechten is het verlangen naar een vrije ontplooiing van de menselijke waardigheid.
"In 'het Westen' is God dood verklaard om mensen te behagen, in 'het Oosten' worden mensen gedood om God te behagen" zei iemand mij toen ik rond Kerstmis 2004 in Betlehem was. Hoe dan ook, voor zeer velen in de wereld vormen religies een rijke ontstaansbron van ethiek, van wijzen van verantwoord handelen. Er zijn situaties waarin een religie onderdrukking in de hand werkt, maar dat neemt niet weg dat ook het omgekeerde kan gelden: (nieuwe) religieuze interpretaties kunnen een gezond tegenwicht bieden tegen de zelfoverschatting van het beheersende kennen (noot 1). Anderzijds zijn sommigen - ten onrechte -van mening dat universele mensenrechten uitsluitend berusten op seculier en zuiver rationeel Verlichtingsdenken. En dat dus religies een belemmering (kunnen) vormen in het voluit eerbiedigen van mensenrechten. Toch moeten mensenrechten worden geïmplementeerd binnen zeer uiteenlopende seculiere, religieuze, culturele, etnische en sociale contexten. Het vergt een bovenmatige inspanning van een ieder om zich in te leven in de gevoelswereld en het waardenpatroon van de ander. In het bijzonder van internationale rechters wordt een grote mate van empathie verwacht bij de beoordeling van klachten over schendingen van mensenrechten in contexten die hemelsbreed verschillen van hun eigen omgeving. Recht kan slechts gezaghebbend functioneren als de rechtsgenoten dat recht als Recht erkennen en waarderen.
Voor de theologie/religiewetenschappen zou de geschetste oriëntatie van onderzoek en onderwijs op de menselijke waardigheid betekenen dat er (meer) aandacht komt voor de vraag hoe het grote vredespotentieel van godsdiensten beter kan worden aangewend om mensen te overtuigen van het belang voor vrede van de erkenning van mensenrechten als uitdrukking van het streven naar onvoorwaardelijke eerbiediging van de menselijke waardigheid.
Voor de rechtsgeleerdheid zou die oriëntatie kunnen betekenen het ontwikkelen van een groter invoelingsvermogen voor rechtsopvattingen in andere culturen en voor de achterliggende, al dan niet religieus gefundeerde ethische opvattingen.
Voor de pedagogie zou centraal moeten staan het aanleren van vaardigheden die vereist zijn om op een niet-gewelddadige wijze om te gaan met verschillen van allerlei aard, zonder angst voor verlies van de eigen seculiere, religieuze en/of culturele identiteit.
Naarmate wij via interdisciplinair vredesonderzoek een beter en vollediger inzicht hebben verworven in de wijze waarop 1) religieuze en religieus-geïnspireerde ethische opvattingen, 2) de betekenis van mensenrechten in totaal verschillende contexten en 3) de meest doeltreffende opvoedingsmethoden voor het ontwikkelen van een conflictoplossend vermogen samenhangen, zullen wij beter weten wat ons te doen staat.
Naarmate de theorie van vrede aan kwaliteit wint, zal zij praktischer worden.
Herman van Bemmel ( hj.van.bemmel@kpnplanet.nl)
Secretaris SVW
(1) P.H.J.J. Terhal: World inequality and evolutionary convergence, stelling 9, dissertatie, Rotterdam, 1988