Vrede en onvrede
Bij vredeswetenschappen gaat het tenslotte om het verankeren,
bereiken en behouden van vrede, gegeven de mogelijkheid of de
realiteit van onvrede. Vrede is een toestand in termen van sociale
verhoudingen. Die toestand weerspiegelt onderliggende verhou-
dingen tussen mensen, groepen of landen, maar ook tussen mensen
en hun natuurlijke hulpbronnen. Op die onderliggende niveaus kan
sprake zijn van een spanning die, zelfs als er nu vrede is, een
toekomstige situatie van onvrede in zich bergt. Die spanningen
kunnen heel uiteenlopend van aard zijn: conflicten om water of olie
of claims op "Lebensraum" , gevoelens van onderdrukking of uitbui-
ting of -omgekeerd- een streven naar vestiging of handhaving van monopolie of hegemonie, en ga zo maar door. Ze kunnen etnische of culturele dimensies krijgen (meestal hebben ze die in eerste aanleg niet). Onvrede is een - soms verwrongen - manifestatie van onderliggende problemen.
Elke situatie van onvrede moet worden bezien op zijn onderliggende structuur. Wat zich voordoet als een twist tussen twee etnische groepen kan een strijd om vruchtbaar land zijn, of een strijd om politieke macht van klassen of kastes. Dat doorzien en begrijpen vraagt om onderzoek; dat soort van analyse moet meestal nogal diepgaand zijn en vaak tamelijk verstrekkend. Het gaat zelden om "gewoon een kwestie van macht" of "the economy, stupid!". Heel vaak word je gedwongen om die analyse multidisciplinair aan te pakken. En aangezien de aard van de conflicten nogal uiteen kan lopen, kunnen ook de bij die analyses betrokken disciplines zeer verschillend zijn. Bij de analyse van vredesvraagstukken komt - als het goed is- een breed scala aan invalshoeken aan de orde. En dat wordt er niet minder op als we kijken naar wat er allemaal uit de kast moet komen als die vraagstukken ook nog moeten worden opgelost of op zijn minst teruggedrongen.
Wil dat zeggen dat je niet monodisciplinair moet kijken naar conflict en (on-) vrede? Dat zou ik onzinnig vinden: dat moet natuurlijk ook. Om dat met mijn eigen discipline (die van de economie) te illustreren: vrede en conflict zijn geen zaken van rationele afwegingen van alternatieve strategieën alleen, en ze zijn ook niet louter tot kwesties van brood, kaas en eieren te herleiden. Het gaat hier niet om spelletjes en het gaat lang niet alleen om knikkers. Gek genoeg kan er veel geleerd worden van de zogenaamde speltheorie als je wilt weten wat er zou gebeuren als mensen zich in conflicten wel door hun verstand zouden laten leiden. Maar we hebben heel erg weinig aan pedante economen, of politicologen, of juristen, of historici, of Joost mag weten wat voor andere -logen of -nomen, die alleen hun eigen liedje willen horen. Tenminste - als we erop uit zouden zijn om bij te dragen aan het voorkomen van onvrede of aan het zoeken naar duurzame, beklijvende wegen uit de ellende van conflict.
Hoe ambitieus dat mischien ook klinkt: de Stichting Vredeswetenschappen moet er daarom naar streven om meer leerstoelen gevestigd te krijgen dan de twee die nu aan de orde zijn: die voor de economie van conflict en vrede en die voor vredesopbouw en de rechtsstaat. Wat mij betreft mag een derde stoel zich bezig gaan houden met de betrekkingen tussen interculturele dialoog en (on-) vrede.
Hans Opschoor (opschoor@zonnet.nl) lid Raad van Advies.

