
Klimaatonderzoek en de Nobelprijs voor de Vrede 2007
Dit jaar ging de Nobelprijs voor de Vrede naar Al Gore en het
Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). Het was
voor ons (d.w.z. de onderzoekers die betrokken zijn bij het
IPCC) een hele grote, maar natuurlijk welkome verrassing.
Gore kreeg hem voor zijn jarenlange inzet voor het politiek
vertalen van de wens om het broeikasprobleem aan te
pakken; het IPCC voor het werken aan de wetenschappelijke
basis daarvoor. Beide inspanningen vullen elkaar aan: je moet
weliswaar eerst een zeker gelijk hebben om dat ook daad-
werkelijk te krijgen, en bij dat laatste is - wat dit soort groot-
schalige problemen betreft - ook communicatietalent en politieke invloed nodig. Het heeft overigens lang geduurd voordat het IPCC-kwartje ook daadwerkelijk viel - niet in de laatste plaats doordat er altijd wel wetenschappers waren die om verschillende redenen skeptisch (of ontkennend) tegenover het fenomeen broeikas- probleem stonden: bestond het wel? Was het wel door mensen veroorzaakt? Was het wel erg? Ik herinner me nog, dat President Bush (de vader van de huidige)een conferentie van wetenschappers (waaronder ook ik) die hij in 1991 naar het Witte Huis had gehaald om over de klimaatproblematiek te praten, vertelde dat een paar graden opwarming zo slecht nog niet was: dan kon hij het zwembad in zijn achtertuin een beekje vaker gaan gebruiken. Tja... Het hoeft dus niet te verbazen dat de VS het Kyoto-Protocol waarin rijke landen zouden afspreken om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen, nooit heeft willen ondertekenen. Op dit moment (9 december 2007), tijdens de onderhandelingen in Bali over een op het Kyoto Protocol volgend verdrag, zit men nog in de maag met de in die hete lucht gebakken peren.
Het IPCC vindt dus wel dat er een klimaatprobleem is, en dat dat (mede) door mensen wordt veroorzaakt; en bovendien, dat dat probleem vooralsnog groter dreigt te worden - en vooral arme landen (en dan vooral weer de armen in die landen) zal raken. Dan moet je niet alleen denken aan zeespiegelstijgingen die kuststreken bedreigen, maar ook aan droogtes (of juist verhevigde regens) en droogvallende (of juist over hun oevers lopende) rivieren. Afrika en Zuid (en Zuidoost) Azie zijn weer eens de klos (ga maar naar www.ipcc.ch en download de "Summary for Policy Makers" van de rapporten die dit jaar door het IPCC zijn uitgebracht).
Maar zelfs als dat allemaal zo is, waarom moet dan de Nobelprijs voor uitgerekend de vrede aan het IPCC gegeven worden? Dit is toch een milieu-kwestie? Daar is deze prijs toch niet voor? Nou, dat ligt misschien toch wel anders. Als de voorspellingen van het IPCC uitkomen en als er niet heel snel krachtig wordt ingezet op aanpak van de uitstoot van broeikasgassen, dan moet worden gevreesd voor door klimaatverandering aangedreven afbraak van bestaansmogelijkheden voor velen, grootschalige migratie, toename van ongelijkheid in de toegang tot hulpbronnen en ontwikkelingskansen, en van spanningen in de wereld. Het klimaatprobleem heeft overduidelijke veiligheidsdimensies en de aanzet tot een internationale aanpak daarvan is daarom een poging om toekomstige onveilgheid en onvrede te voorkomen. Dat is wat bij het toekennen van de Nobelprijs dit jaar voorop heeft gestaan, zo blijkt uit de argumentatie die is gegeven bij de toekenning ervan. Overigens is het niet de eerste keer dat de Nobelprijs voor de Vrede in een milieurichting wordt bestemd: in 2004 kreeg de Keniaanse biologe Wangari Maathai de prijs ook, voor haar inzet voor herbebossing en duurzame ontwikkeling in Afrika. Zij aanvaardde de prijs met een rede getiteld: Sustainable Development: a precondition for Peace". Ik was het met haar standpunt al eens, ook voordat het IPCC gelauwerd werd.
J.B. (Hans) Opschoor (opschoor@zonnet.nl),
lid Raad van Advies SVW en betrokken bij het IPCC