De columns geven
  uitsluitend de
  persoonlijke
  opvattingen van
  de schrijver weer
  en dat hoeft niet
  het standpunt te zijn
  van de organisatie
  waaraan hij/zij
  verbonden is


  Vorige Column(s)

                 Jan Smit
      Hans Opschoor
       Ben Schennink

   Syed M. Murshed
       H. van Bemmel
          Dion vd Berg
       Jonneke Naber
    Cobi Schoonder-
           gang-Horikx

            K. van Dam
      Hans Opschoor
       Lennart Vriens

      Gerti Hesseling
      Ewoud Gouds-
                   waard

       Paul de Waart
       Nicolien Mon-
                  tessori

             Leny Vink
        Thea Hilhorst
                                                         Een pleidooi voor vredeseducatie


                                                       
" Since war begins in the minds of men, it is in the minds of men
                                                           that the defences of peace must be constructed
".
                                                                              (
Preambule Oprichtingsverklaring Unesco, 16 november 1945)

                                                          Kort voor het magische jaar 2000 lanceerden de VN en UNESCO
                                                          een campagne ter bevordering van een cultuur van vrede en
                                                          geweldloosheid voor de kinderen van de wereld.
                                                          Daarmee introduceerden ze een nieuw paradigma in het denken
                                                          over vrede. Vrede wordt allereerst gezien als een culturele
                                                          uitdaging, de politieke verantwoordelijkheid is daarvan afgeleid.
                                                          Politiek kan pas effectief besluiten als zij gedragen wordt door een substantiële achterban. Vredespolitiek heeft weinig blijvende invloed zolang de dragende cultuur geweld nog accepteert als een vanzelfsprekend middel ter beslechting van conflicten.

Met deze idee van vrede als cultuuropdracht gaf de volkerenorganisatie duidelijk aan dat het oude paradigma van vrede en veiligheid te smal is om de problemen van de 21e eeuw op te lossen. Het oude veiligheidsparadigma is vooral geënt op de idee van vrede als het tegengestelde van oorlog en de vestiging van een internationale rechtsorde die oorlogen tussen staten moet verhinderen. Maar na de Koude Oorlog zijn oorlogen niet meer alleen een aangelegenheid van staten. Minstens even gevaarlijk zijn de vele andere gewelddadige conflicten, die zich aan het internationale recht onttrekken en waarvan vele burgers dagelijks het slachtoffer worden. Niet als ongewild bijverschijnsel, maar als bewuste tactiek om de tegenpartij te ontmoedigen. Een navrant bijverschijnsel van deze conflicten is ook nog dat het geweld vaak door kinderen wordt gepleegd en een groot deel van de slachtoffers ook bestaat uit kinderen. Juist dit gegeven was voor alle nog levende winnaars van de Nobelprijs voor de vrede aanleiding om bij de Verenigde Naties te pleiten voor de bevordering van een cultuur van vrede en geweldloosheid.

In Nederland heeft dit idee echter niet veel voet aan de grond gekregen, in vrijwel alle discussies over vrede is het paradigma van vrede en veiligheid een vanzelfsprekend gegeven. Maar juist dit paradigma zet de deur wagenwijd open voor militaire operaties 'in dienst van de vrede'. Daarbij blijkt de grens tussen civiele opbouw en militair geweld echter flinterdun. Er is dus alle reden om de oproep van de Verenigde Naties serieus te nemen en ook in Nederland meer bekendheid te geven.

Daarbij zou vredeseducatie een belangrijke rol moeten spelen. Want educatie - het geheel van opvoeding, onderwijs en vorming -  richt zich op de voorbereiding van de jonge mens op zijn volwassen toekomst en is het instrument bij uitstek waarmee een cultuur wordt opgebouwd en doorgegeven. Als we in de toekomst vrede willen hebben, dan zullen we hen daarvoor moeten toerusten.
Natuurlijk kan educatie geen vrede verzekeren - onderwijs en opvoeding kunnen en mogen de politiek niet bepalen - maar educatie kan jonge mensen wel bekwaam maken om voor vrede te kiezen. Kiezen voor vrede doe je namelijk niet zomaar: je moet wereldburger zijn, dat wil zeggen een besef hebben van het feit dat we met zo'n zes à zeven miljard mensen de wereld op een aanvaardbare wijze zullen moeten delen. Je zult bovendien oordeelvaardig moeten zijn, dat wil zeggen kennis van zaken moeten opbouwen om verantwoord over problemen te kunnen oordelen en de consequenties van je eigen handelen te overzien als je zelf de keuze moet maken. Je zult bovendien vaardigheden moeten hebben om de wereld zonder geweld te benaderen en conflicten zonder geweld aan te pakken. En je zult liefde voor jezelf, je medemens en de wereld moeten hebben om de jongere generaties te doen beseffen dat het de moeite waard is om op te groeien in een wereld die de moeite waard is en waarvoor je mee verantwoordelijk bent.
Dat is geen sinecure. Wereldwijd groeien jongeren op met een wereldbeeld  waarin geweld niet alleen veelvuldig voorkomt maar ook wordt beschouwd als een normaal en adequaat middel om conflicten aan te pakken. Het is zelfs zo gewoon, dat het in de omgangstaal vaak niet meer wordt opgemerkt en als 'onschuldig' amusement de moderne media beheerst. Met vergaande gevolgen. Jongeren blijken niet alleen passief te genieten van geweld, maar bij tijd en wijle de voorbeelden na te volgen. Wat dat betreft is het vele geweld in de wereld een echt cultuurprobleem.
Simpele en snelle oplossingen voor het geweld als cultuurprobleem bestaan niet, ook niet via educatie. Het maakt ook nogal wat uit in welke omstandigheden het probleem speelt. In Nederland is het beeld divers. Enerzijds zien we een neiging tot tegengeweld, via repressie en meer toezicht. Maar we zien ook veel positieve ontwikkelingen. In veel scholen maakt men werk van een betere omgang met elkaar en van het leren oplossen van conflicten door met elkaar te onderhandelen, soms ook met daartoe aangestelde bemiddelaars. Veel scholen besteden aandacht aan een democratische houding, leggen contacten met scholen in andere landen, voeren met hun kinderen actie voor scholen in armere landen. In de sportwereld zien we fair play-projecten, die jongeren een besef geven van goede omgangsvormen in de sport.
Het wordt bijna nooit vredeseducatie genoemd en het is zeker nog lang niet genoeg. Bovendien hebben we nog onvoldoende inzichten in de werking van al deze programma's en activiteiten. Wetenschappelijk onderzoek zou hier een belangrijke bijdrage kunnen leveren.


Lennart Vriens (lid van de Raad van Advies SVW)
 
  Home

  Stichting Vredes-
  Wetenschappen

  Visie en Missie

  Statuten

  Bestuur

  Raad van
  Advies

  Vrienden
  Stichting

  Jaarverslagen

  Vereniging voor
  Economie en
  Vrede


  Leerstoel ECP

  Hoogleraar ECP

  Nieuws

  Gastcolumn

  Scriptieprijsvraag