AFRIKA EN VREDE
Als we de media mogen geloven is het Afrikaanse continent één
grote conflicthaard. Het blijft onrustig in het Grotenmerengebied, in
de Hoorn van Afrika en in Soedan en Tsjaad. De gruwelijke taferelen
uit Rwanda staan veertien jaar na de genocide nog steeds op het
netvlies gebrand. En nu zouden er ook in Kenia, dat jarenlang een
voorbeeldland werd genoemd, etnische zuiveringen plaatsvinden.
Het beeld van Afrika als een continent van stammenstrijd, lijkt
wederom bevestigd. Het s-woord wordt in alle kranten en ook in
radio- en televisiereportages gebruikt. In een felle reactie van Ineke
van Kessel (De Volkskrant 7 januari 2008) en een historische en
antropologische analyse van het begrip etniciteit door Dick Witten- berg (NRC/ Handelsblad 12 januari) wordt echter overtuigend afgerekend met het zogenaamde Afrikaanse tribalisme. Het begrip stam is een antropologische term uitgevonden 'om de complexiteit van niet-Westerse samenlevingen te versimpelen' schreef David Wiley al in 1981, en zal nooit gebruikt worden als het om Azië, Latijns-Amerika, laat staan om Europa gaat. Etnische gemeenschappen vormen vooral een sociaal vangnet in landen waar de verzorgingsstaat nog in de kinderschoenen staat. Ook in Kenia is etniciteit belangrijk, maar het is onjuist en gevaarlijk het conflict te verklaren in termen van een primitieve stammenstrijd. Net als in veel andere Afrikaanse landen hebben de onlusten in Kenia een complexe achtergrond: de enorme kloof tussen rijken en armen (die zeker niet langs etnische lijnen loopt), de vele, boze jongeren in de steden zonder uitzicht op een decente baan (42% van de Keniaanse mannen is jonger dan 15 jaar), een "The Winner takes it all" kiesstelsel, machtsbeluste politieke leiders, maar vooral de strijd over land. Zie ook de zorgvuldige analyses van onderzoekers met jarenlange ervaring in Kenia zoals Ton Dietz en Marcel Rutten (o.a. in De Groene Amsterdammer van 8 februari en het februarinummer ViceVersa).
Wat is er in Kenia aan de hand? Eerst maar even wat feiten om het geheugen op te frissen. Op donderdag 27 december vonden de presidentsverkiezingen in Kenia plaats, waarbij zittende president Mwai Kibaki werd uitgedaagd door zijn vroegere politieke medestander, Raila Odinga. Als op zondag 30 december Kibaki zich opnieuw laat beëdigen als president, wordt hij beschuldigd van verkiezingsfraude. Er breken op verschillende plaatsen in Kenia rellen uit waarbij meer dan 1000 doden vallen en honderdduizenden mensen op de vlucht slaan. De eerste bemiddelingspogingen (onder meer door John Kufuor en Desmond Tutu) mislukken, maar na moeizame onderhandelingen onder leiding van Kofi Annan beloven beide kemphanen een dialoog aan te gaan.
Kenia zal nog lang de naweeën blijven voelen van de ingrijpende gebeurtenissen in januari 2008. Maar ik behoor niet tot de afropessimisten. Al is de democratie in Kenia kwetsbaar en verre van volmaakt, de meerderheid van de Kenianen blijft geloven in een politieke oplossing. Zij waren niet voor niets bereid om op de dag van de verkiezingen urenlang in de rij te staan voor het stembureau. Kibaki en Odinga hebben toegezegd te gaan onderhandelen over grondwettelijke en institutionele hervormingen. Even belangrijk: de Kenianen maken inmiddels alweer grappen over de zo dramatisch verlopen verkiezingen. Conflicten kunnen ook constructief zijn.
In Afrika is het aantal gewapende conflicten de afgelopen vijf jaar met de helft afgenomen en in veel landen is een proces van democratisering gestart. En laten we vooral niet vergeten dat er ook heel wat landen zijn met een jarenlange democratische traditie. Die democratieën voldoen niet altijd aan onze rigide Westerse normen, maar zij laten vaak veel creativiteit zien om dichter bij de Afrikaanse realiteit aan te sluiten. Evenmin als in andere werelddelen (Europa incluis) is het in Afrika niet altijd en overal pais en vree. Helaas. Kennis van de werkelijke achtergronden van conflicten is echter een beter pad naar herstel van de vrede, dan vooroordelen en clichés.
Gerti Hesseling
Hoogleraar Vredesopbouw en de rechtsstaat
Studie- en informatiecentrum mensenrechten (SIM), Universiteit Utrecht