200.000 PROFESSIONALS TEGEN TERRORISME?
De website Nederland tegen terrorisme begint met het overzicht van wie wat doet
tegen terrorisme in Nederland met de als hartverwarmend bedoelde informatie dat
meer dan 200.000 professionals samenwerken. De opsomming vermeldt behalve
politiemensen, officieren van justitie, en de koninklijke luchtmacht die dag en nacht
het luchtruim bewaakt, ook perronopzichters, belastingdeskundigen, treinconduc-
teurs en "vele anderen". Opvallend - of veelzeggend/alarmerend? - is dat juist
rechters en ombudsmannen in de lijst ontbreken. Immers, de bescherming van de
democratische samenleving is niet alleen de verantwoordelijkheid van de
wetgevende en de uitvoerende macht maar ook - en in de strijd tegen terrorisme
vooral - van de onafhankelijke rechterlijke macht en ombudsmaninstanties.
De bedoeling is dat ook u en ik ons onder deze professionals willen scharen, zodat
uiteindelijk alle Nederlanders met elkaar over elkaar waken in de strijd tegen terrorisme. Postbus 51 komt niet uitgepraat over samenwerken als het beste middel tegen terrorisme. Daarbij wordt ons aangepraat dat we inbreuken op onze privacy voor lief moeten nemen. Het argument is dan dat wie niets te verbergen heeft daarvan geen hinder zal ondervinden. Dat is een drogreden.
Niemand kan er nog zeker van zijn dat zijn of haar google-gedrag, spam mail en mobiele telefoongebruik niet te eniger tijd samen kan gaan passen in enig profiel van terroristisch gedrag, zeker niet wanneer men zich niet kan verweren tegen afgeschermde getuigen of anonieme informatie van de AIVD. Wie eenmaal in de fuik van een terrorisme profiel is gezwommen komt er niet meer uit. Zelfs het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg heeft zichzelf in eerste instantie - er is beroep aangetekend - buiten spel gezet door te beslissen dat een plaatsing op de lijst van terroristen of terroristische organisaties door de Veiligheidsraad onaantastbaar is. Volgens het VN Handvest hebben verplichtingen krachtens dit Handvest namelijk de voorrang boven daarmee strijdige verplichtingen van lidstaten uit andere internationale overeenkomsten (artikel 103). De Speciale Rapporteur voor de bevordering en bescherming van mensenrechten en fundamentele vrijheden tijdens het bestrijden van terrorisme van de VN Raad voor de Mensenrechten, Martin Scheinin (Finland) is daarover terecht bezorgd. Immers, de Veiligheidsraad kan aldus niet alleen staten maar ook personen binden zonder dat rechtsbescherming daartegen mogelijk is.
Scheinin waarschuwt ook tegen het gebruik van terrorisme profielen bij gebrek aan een algemeen aanvaarde juridische definitie van terrorisme als misdrijf naar internationaal recht. Het gaat dan om de vastlegging van een aantal fysieke en psychische gedragingen, niet alleen als beschrijving van mogelijke daden en daders maar ook als voorspelling dat bepaalde personen of organisaties te eniger tijd terroristische aanslagen kunnen helpen voorbereiden of plegen. Hij is vooral bezorgd dat sinds 11 september 2001 rechtshandhavende instanties in de strijd tegen terrorisme dader profielen gebruiken, die kenmerken inhouden zoals ras, etniciteit, nationale herkomst of religie. Op grond van diverse onderzoeken onderstreept hij dat er geen consistente profielen bestaan om personen te identificeren die vatbaar zijn voor radicalisering.
"Nederland tegen terrorisme' merkt op dat mensen, die zich verdacht gedragen, scherp in de gaten worden gehouden en dat ze soms zelfs voortdurend worden gevolgd en in hun activiteiten gestoord. Er wordt op gewezen dat in Nederland iedereen zich aan de wet moet houden, ook de overheid. Minder geruststellend is de toevoeging dat om terrorisme te kunnen bestrijden de wetten worden aangepast, zodat bijvoorbeeld de politie mensen verdacht van het voorbereiden van terrorisme eerder kan oppakken.
De wetaanpassingen moeten voldoen aan de vereisten in de verdragen over mensenrechten. Daartoe is een meerderheid van stemmen niet altijd doorslaggevend, zeker niet wanneer er gebrek is aan verdraagzaamheid en respect. In zijn proefschrift De plaats van de wet terroristische misdrijven in het materiële strafrecht (Rotterdam september 2007) bijvoorbeeld kwalificeert Jan Lintz bepalingen in de nieuwe wet terroristische misdrijven van 2004 als 'overkill'. Ook andere kritische geluiden van niet de minsten in de Nederlandse samenleving vrezen dat het Parlement niet altijd afdoende tegenwicht kan of wil bieden aan binnenlandse en buitenlandse druk om in de strijd tegen terrorisme veiligheid tot een mensenrecht te verheffen, waaraan andere mensenrechten ondergeschikt zijn.
Voor Stichting Vredeswetenschappen ligt er een belangrijke taak om door onderzoek ertoe bij te dragen dat de rechtstaat in de strijd tegen terrorisme overeind blijft als grondslag voor vrede in samenhang met de effectieve feitelijke bevordering en de bescherming van mensenrechten.
Paul de Waart (lid Raad van Advies SVW)
dewaart@xs4all.nl