Over narratieven en vredeswetenschappen:
Binnen de sociale wetenschappen wordt veel aandacht besteed aan narratieven. Narratieven (eigenlijk verhalen) hebben de eigenschap dat zij vorm geven aan een plot en aan situering van personages. Een verhaal impliceert waardeoordelen over iemand zelf en anderen. Iedereen heeft een verhaal: ieder van ons heeft een verhaal over zijn of haar eigen werk, familie, jeugd, thuissituatie en over alle andere aspecten die ons leven beheersen. Zo'n verhaal helpt ons om betekenis te geven aan ons leven, het helpt om ons te oriënteren, en het helpt ons om de omgeving te evalueren en te ordenen. Verhalen dienen vaak als richtlijn voor ons handelen en denken.
Narratieven bestaan op vele niveaus en hebben vele functies. Politici hebben narratieven over de problemen die zij moeten oplossen. Dit zijn typisch narratieven met een oorzaakgevolg structuur, op grond waarvan oplossingen bedacht en gelegitimeerd worden. Zo vormde het (achteraf bezien denkbeeldige) verhaal over massavernietigingswapens in Irak een legitimatie voor de oorlog tegen dit land. Na de aanval op het World Trade Centre werd de wereld narratief verdeeld door de 'as van het kwaad'. Wie niet voor de VS was, was tegen hen, met het gevolg dat alle landen stelling moesten nemen in een bizarre 'war against terror' waarvan vele specialisten inzagen dat het probleem van het terrorisme niet met traditionele oorlogsvoering beslecht kon worden. Uit dit voorbeeld blijkt dat narratieven met macht te maken hebben. Hier zagen we het verhaal van de politici tegenover het verhaal van de wetenschappers en deskundigen. Toch zijn de politici in de VS erin geslaagd om hun verhaal te materialiseren in de oorlog tegen Irak. Verhalen gaan vooraf aan beleid. Het verhaal geeft niet alleen vorm aan beleid, het legitimeert het ook, terwijl het alternatieve visies op de werkelijkheid delegitimeert als zijnde onjuist of zelfs immoreel. Wie tegen de oorlog tegen Irak was, werd immers bestempeld als sympathisant van het internationale terrorisme.
Een andere functie van narratieven is het verwerken van oorlogs- en andere trauma's, zowel collectief als individueel. Om het leed te kunnen verwerken vertellen mensen verhalen over gepleegde misdaden, het leed dat is ondergaan, de daders en de slachtoffers. Kenmerkend voor dit soort verhalen is dat het geheugen selectief is: aspecten worden vergeten en andere worden herinnerd. Zoals een spreker tijdens een symposium over dit onderwerp in Wenen zei: er wordt niets onthouden zonder andere dingen te vergeten. Er lijkt een bepaalde systematiek in te zitten. Dit soort narratieven kunnen bijdragen tot de verwerking van het verleden, tot functionele zingeving van vaak onmenselijk leed en, uiteraard, gelden deze verhalen als waarschuwingen voor latere generaties. Het is niet voor niets geweest dat de scriptievredesprijs is uitgereikt aan de master studente die de verhalen over de Rode Khmer in Cambodia heeft onderzocht en de mate waarin deze werden verstaan door een tweede generatie. Uiteindelijk ontstaat een dominante, officiële versie van dergelijke historische feiten. Deze gaan vaak gepaard met nationale monumenten, herdenkdagen, en dergelijke. Hoewel dit soort officiële verhalen een gestandaardiseerde vorm krijgen, kunnen zij ook wijzigingen ondergaan. Zo heeft Koningin Beatrix de traditioneel als heldhaftig bestempelde rol van het Nederlandse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog gerelativeerd tijdens een toespraak die zij hield in Israel.
In dit verband kan worden gesteld dat verhalen bijdragen tot een gezond en zinvol leven. Zo zei een vrouw die haar man verloren had in het geweld onder Pinochet dat zij, toen haar vader overleed, vrede vond in de gedachte dat hij nu rust had en geen pijn meer leed. Maar toen haar man niet terugkwam en was gereduceerd tot een van de vele 'verdwenen' Chilenen kon zij haar pijn over het gemis niet kwijt in een verhaal. Wat valt er te vertellen als je niet met zekerheid weet of je man leeft, vermoord of gevangen is? Wat valt er te vertellen als er geen reden te verzinnen is voor het gepleegde geweld? Het niet hebben van een verhaal zou wel eens een definitie kunnen zijn van het woord trauma.
Het niet hebben van een verhaal maakt het in zo'n geval moeilijk tot onmogelijk om belevenissen te verwerken.
Over dak- en thuislozen is bekend dat zij geen eigen verhaal hebben. Zo kunnen ze zich geen geregeld bestaan meer voorstellen, waardoor het voor hen bijna onmogelijk is om aan hun situatie te ontkomen. We moeten iets vóór ons zien om het te kunnen verwezenlijken. Garcia Márquez verwoordde dit ooit als volgt: "op deze wereld bestaat geen enkel voorwerp - zo klein als een theelepeltje of zo groot als een
kernbom - dat niet eerst vorm heeft gevat in het voorstellingsvermogen van de mens".
Door de aanwezigheid van personages en een vertellijn, kunnen verhalen ook goed dienen als middel tot emancipatie van zwakke leerlingen in een klas. Of voor leerlingen die zichzelf als buitenstaander ervaren. Zo kunnen buitenlandse kinderen worden aangemoedigd om hun verhaal in hun eigen taal te vertellen. Of, simpelweg, om hun eigen versie van hun verhaal te vertellen. Het kan zomaar zijn dat elementen die in het dominante verhaal vanzelf spreken, voor hen helemaal niet zo voor de hand liggend zijn.
Of dat ze zichzelf een centrale positie kunnen geven, waar ze in het dominante verhaal wellicht gemarginaliseerd zijn. Tijdens een workshop die ik ooit gaf aan docenten van het basisonderwijs in Amsterdam West, zagen zij veel in het fenomeen 'digital storytelling' om kinderen beter te integreren. Zij kunnen dan, met gebruik van multimedia, hun eigen verhaal maken. Dit kan uiteindelijk een therapeutische functie hebben voor individuele kinderen, maar ook voor de groepsdynamiek in de klas.
Theorievorming is ook een voorbeeld van een verhaal. Tijdens een recente brainstormdag van het bestuur van Stichting VredesWetenschappen werd geconstateerd dat de huidige theorievorming op dit gebied gefragmenteerd is in meerdere wetenschapsgebieden. Zo bestaan er conflictstudies, polemologie, en andere vakgebieden die zich met vredesvraagstukken bezighouden, overigens zonder het als zodanig te bestempelen en vaak zonder onderling samen te werken. Het bestuur van SVW heeft zich daarom tot taak gesteld om binnen zijn gelederen te werken aan een consistenter theoretisch en methodologisch kader voor de vredeswetenschappen. Dit zal een trans- of postdisciplinair verhaal opleveren over voorwaarden voor vrede en het oplossen van de vele obstakels die deze voorwaarden kunnen doorbreken. In dit kader dient ook gedacht worden aan de belangrijke rol van de communicatie. Het is immers voor het verkrijgen van vrede onontbeerlijk dat wij leren om met het hoofd en met het hart te luisteren naar het verhaal van anderen en de waarden, idealen, dromen, vreugden en geleden pijnen die daarin verankerd liggen. Wij zullen ook systematische verhalen moeten bedenken die het mogelijk maken om tegenstrijdige belangen met elkaar te verbinden en te realiseren.
Zo kunnen we komen tot een nieuwe voorstelling van een maatschappij waarin lokale economieën zinvol verbonden worden met de nu alles overheersende globale economie; duurzaamheid met economische groei; het samen gaan van verschillende religies; een sociaal rechtvaardige wereld waarin de belangen van de minderheden gecombineerd worden met die van de meerderheid; een wereld waarin de armen en ontheemden van weleer een waardige plaats kunnen innemen. Dit vereist een belangrijke mate van subtiliteit en de imaginair van een combinatie van kleine, strategische verhalen die kunnen worden bijgesteld. Als de twintigste eeuw ons iets heeft geleerd, is het wel het gevaar van dogma. Een goede les waar de adepten van de markteconomie en ook de fundamentalisten lering uit zouden mogen trekken. Onze menselijke wereld is gebaat bij de dialectiek van de tegenkrachten. Zo kan geleidelijke ontwikkeling plaatsvinden. Of, zoals rabbijn Sacks het uitdrukt: de mens is gedoemd om met verschillen te leven. Iedere poging tot een globale waarheid is in feite een poging om zich aan het menselijke domein te onttrekken. In de bijbel werd dit afgestraft met de Toren van Babel.
Over de imaginair van het doen samengaan van meerdere ogenschijnlijk tegenstrijdige belangen heeft William Isaacs, verbonden aan het MIT, het belangrijke boek 'Dialogos' opgesteld. Hij pleit voor een reflexieve dialoog waarin tegengestelde partijen luisteren naar elkaars belangen en de onderliggende redenen voor hun standpunten. Pas dan kan een oplossing ontstaan waarin de belangen en redenen van beide groepen kunnen worden vervlochten tot een nieuwe werkelijkheid.
Dialoog houdt volgens Isaacs in: "a way of understanding how we might come into a greater measure of clarity, not just around our own inner ecology, but in the ecology of our team, our organizations, and - potentially, at least - society itself" (Isaacs 1999:257).
Kortom, een innovatief kader voor de vredeswetenschappen zal creatief moeten zijn in het samenbrengen van inzichten van verschillende disciplines. Een flexibel kader dat toch richting kan geven; een communicatiemodel ontwikkelen dat de mensheid uit de impasse helpt van schijnbaar onoplosbare problemen die over ons heenkomen; een communicatiemodel dat ons leert de wereld met elkaar te delen; een kader dat de mens eraan herinnert dat zij het tot haar taak heeft om haar leefomgeving op Aarde te dienen in plaats van uit te buiten; een kader dat de mens leert dat de markt er is om de mens te dienen en niet omgekeerd. Een kader dat de mens eraan herinnert dat er meer en betere antwoorden zijn dan het gebruik van individueel of collectief geweld.
Hopelijk leidt dit nieuwe wetenschappelijke verhaal over de vredeswetenschappen tot de ontwikkeling van een nieuwe studierichting op de universiteiten, namelijk vredesstudies. Met als uiteindelijk doel: het realiseren van de voorwaarden voor vrede zodat de mensheid in duurzame vrede kan leven.
Nicolien Montessori, bestuur Stichting VredesWetenschappen
Isaacs, W. (1999) Dialogue and the Art of Thinking Together. A Pioneering Approach to Communicating in Business and in Life, New York: Doubleday.