De consequentie hiervan was dat vredesinspanningen zich ook op al deze terreinen moesten richten.
In 1994 legde Boutros Ghali een nieuw paradigma vast in de "Agenda for Peace". Deze vredesagenda introduceerde het begrip duurzame vrede en bracht dit in verband met het idee van 'human security', menselijke veiligheid. De vraag is wat zo'n brede opvatting van vrede betekent in de praktijk? Als vrede betrekking heeft op alle aspecten van samenleven, is er dan nog een afbakening in vredeswetenschappen?
Dan kunnen vredeswetenschappen zich ook op alle mogelijke terreinen bewegen.
En wat is dan nog het verschil tussen een vredeswetenchappelijke kijk op bijvoorbeeld staatsvorming of religie en een 'gewone' wetenschappelijke blik? Is het onderscheid nog relevant?

Een vergelijkbare discussie speelt zich af in ontwikkelingsstudies. Als vredesopbouw geïntegreerd en allesomvattend moet zijn, wat is dan nog het verschil met 'gewone' ontwikkelingsinspanningen? Uit onderzoek naar deze vraag door rampenstudies blijkt dat ontwikkelingsorganisaties inderdaad een brede variëteit aan activiteiten het etiket vredesopbouw meegeven. Vergelijkbare bevindingen brachten Thomas Denkus er toe te suggereren dat ontwikkelingsorganisaties het etiket vredesopbouw om strategische redenen gebruiken, om fondsen te verwerven, terwijl het geen enkel verschil zou maken voor hun dagelijkse praktijk. Ons onderzoek laat een meer genuanceerd beeld zien. Mathijs van Leeuwen vond in een aantal gevalsstudies dat organisaties vaak in het begin heel pragmatisch omgingen met het etiket vredesopbouw, maar in de loop van de tijd wel degelijk naar een andere praktijk toewerkten. Dan werden dezelfde activiteiten nog wel gedaan, maar op een andere manier. Institutieopbouw werd op zo'n manier vormgegeven dat ze expliciet gericht werd op meer legitimiteit en het verminderen van sociale spanningen. Interessant genoeg had het benoemen van activiteiten tot vredesopbouw op zichzelf ook al een effect. Het leidde er toe dat mensen zich gingen identificeren met vrede en er een achterban ontstond voor een vredesbeweging.

Het idee dat vredesopbouw niet draait om wát je doet maar om hóe je het doet, heeft Robert Hay in 2001
geïnspireerd om een vijftal criteria te formuleren waaraan activiteiten moeten voldoen om daadwerkelijk tot vredesopbouw gerekend te mogen worden. De activiteit moet expliciet een doelstelling hebben om bij te dragen aan vrede; de activiteit moet zelf vreedzaam van aard zijn; de activiteit moet zich richten op de oorzaken van het conflict; hij moet politiek en cultureel neutraal zijn; en activiteiten moeten vertaald kunnen worden in follow-up. Even daargelaten of deze criteria inderdaad zouden moeten gelden, is het idee van criteria interessant.
Zouden we misschien naar criteria toe moeten om te bepalen of een studie tot vredeswetenschappen gerekend kan worden? Is iedere studie naar bijvoorbeeld een oorlogseconomie automatisch een vredesstudie of moet de link naar vrede expliciet gemaakt worden? Moeten vredeswetenschappen inherent vreedzaam zijn en daarom een scherpere ethiek hanteren als het gaat om zaken als gender, ruimte geven aan lokale onderzoekers en maatschappelijke relevantie van de bevindingen? Voelen vredeswetenschappers zich op een andere manier verantwoordelijk voor de manier waarop hun bevindingen politiek gebruikt worden?
Kortom, is vredeswetenschap wetenschap die vredesprocessen bestudeert, en hoe bakenen we dit dan af, of gaat het om een andere manier van wetenschap bedrijven?


Bronnen:
T. Denkus, 2007. Peace building Does Not Build Peace. Development in Practice, 17(4-5), 656-62.
D. Hilhorst and M. van Leeuwen, forthcoming. 'Promise or reality? Case studies of civil society peace building programmes.'


Dorothea Hilhorst is lid van de Raad van Advies van
Stichting VredesWetenschappen
 
  De columns geven
  uitsluitend de
  persoonlijke
  opvattingen van
  de schrijver weer
  en dat hoeft niet
  het standpunt te zijn
  van de organisatie
  waaraan hij/zij
  verbonden is


  Vorige Column(s)

                 Jan Smit
      Hans Opschoor
       Ben Schennink

   Syed M. Murshed
       H. van Bemmel
          Dion vd Berg
       Jonneke Naber
    Cobi Schoonder-
           gang-Horikx

            K. van Dam
      Hans Opschoor
       Lennart Vriens

      Gerti Hesseling
      Ewoud Gouds-
                   waard

       Paul de Waart
       Nicolien Mon-
                  tessori

             Leny Vink
        Thea Hilhorst
WAT ZIJN VREDESWETENSCHAPPEN?

Dorothea Hilhorst. Hoogleraar humanitaire hulp en wederopbouw. Wageningen Universiteit.

Wat zijn vredeswetenschappen? Die vraag hangt natuurlijk nauw samen met de vraag hoe we vrede zien. Daar is de laatste decennia veel in veranderd.

Het einde van de Koude Oorlog luidd een verandering in hoe vrede gepercipieerd wordt. Vrede werd meer dan het ontbreken van geweld
en werd een geïntegreerd concept. De verandering was het antwoord op een toename in intra-statelijke conflicten in begin jaren '90. Deze conflicten drongen diep door in de haarvaten van samenlevingen en doordrongen alle aspecten van het leven: van lokale overheden en instituties tot het economisch verkeer en intermenselijke relaties.
 
  Home

  Stichting Vredes-
  Wetenschappen

  Visie en Missie

  Statuten

  Bestuur

  Raad van
  Advies

  Vrienden
  Stichting

  Jaarverslagen

  Vereniging voor
  Economie en
  Vrede


  Leerstoel ECP

  Hoogleraar ECP

  Nieuws

  Gastcolumn

  Scriptieprijsvraag